ECLI:NL:RBLEE:2001:AC0951
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.T. Vos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering merkinbreuk en nietigverklaring BOPPE merk wegens ontbreken verwarringsgevaar
De zaak betreft een geschil tussen Hoppe en DBF/FCCP over het gebruik van het merk BOPPE, dat door Hoppe werd aangevochten wegens vermeende merkinbreuk en nietigheid van het merk BOPPE. Hoppe vorderde onder meer nietigverklaring van het woord- en beeldmerk BOPPE, een verbod op het gebruik ervan, winstafdracht en schadevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat hoewel auditieve gelijkenis tussen HOPPE en BOPPE bestaat, de begripsmatige betekenis sterk uiteenloopt. Het publiek associeert HOPPE met graanjenever en een café, terwijl BOPPE duidelijk met Friesland en Friese producten wordt geassocieerd. De waren onder BOPPE zijn divers en typisch Fries, wat verwarring over de herkomst uitsluit.
De rechtbank concludeerde dat geen sprake is van merkinbreuk zoals bedoeld in artikel 13A lid 1 sub b BMW en dat de vorderingen van Hoppe daarom afgewezen moeten worden. Ook het beroep op verwatering van het merk HOPPE faalde wegens onvoldoende bewijs van bekendheid en het niet-bestaande gebruik anders dan ter onderscheiding.
Hoppe werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter A.T. Vos op 22 augustus 2001.
Uitkomst: De vorderingen van Hoppe worden afgewezen wegens ontbreken van verwarringsgevaar en merkinbreuk.