ECLI:NL:RBLEE:2001:AB2981

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
1 augustus 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
43992, rekestnummer: 2199/00
Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:205 BWArt. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vernietiging erkenning kinderen wegens ontbreken dwaling

De vrouw verzocht de rechtbank om de erkenning van haar twee kinderen door een niet-biologische vader te vernietigen, zodat de biologische vader hen kan erkennen. Zij stelde dat zij destijds bij haar toestemming voor de erkenning door de niet-biologische vader had gedwaald over de rol van de biologische vader. De vrouw gaf aan dat zij destijds de relatie met de biologische vader als kansloos zag en daarom koos voor erkenning door een ander.

De rechtbank nam kennis van de instemming van de niet-biologische vader, de bijzonder curator en de Raad voor de Kinderbescherming met het verzoek. Desondanks oordeelde de rechtbank dat de moeder niet had gedwaald over de identiteit van de biologische vader, aangezien zij hiervan op de hoogte was en bewust toestemming gaf aan de niet-biologische vader. De rechtbank stelde dat de vermeende dwaling over de capaciteiten van de biologische vader geen grond voor vernietiging is volgens artikel 1:205 BW Pro.

Verder overwoog de rechtbank dat de wettelijke beperkingen op het vernietigen van erkenningen zijn bedoeld om misbruik te voorkomen en dat het belang van het kind en de rechtszekerheid voorop staan. De rechtbank concludeerde dat het verzoek niet aan de wettelijke voorwaarden voldoet en wees het af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Leeuwarden op 1 augustus 2001.

Uitkomst: Het verzoek tot vernietiging van de erkenning van de kinderen wordt afgewezen wegens het ontbreken van dwaling.

Uitspraak

Uitspraak: 1 augustus 2001
Rekestnummer: 2199/00
Zaaknummer: 43992
vernietiging erkenning
BESCHIKKING
van de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden, meervoudige familiekamer, in de zaak van:
[naam verzoekster]
wonende te [woonplaats],
verzoekster, hierna ook te noemen: de vrouw
procureur: mr. Th. Kremers,
tegen
[naam erkenner],
wonende te [woonplaats],
verweerder,
in persoon verschenen,
waarin als bijzonder curator voor de minderjarige kinderen:
- [naam kind 1], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en
- [naam kind 2], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (hierna gezamenlijk mede te noemen: de kinderen) optreedt: mr. B. Delhaye, advocaat en procureur te Leeuwarden.
PROCESGANG
Bij de rechtbank is een verzoek binnengekomen strekkende tot vernietiging van de erkenning van de kinderen. De bijzonder curator van de kinderen heeft een verweerschrift ingediend.
Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 3 juli 2001.
RECHTSOVERWEGINGEN
Gelet op hetgeen ter terechtzitting is behandeld en op de inhoud van het dossier, overweegt de rechtbank het volgende.
1. De vrouw heeft gesteld dat de kinderen zijn geboren uit haar relatie met [naam biologische vader]. De kinderen zijn op 18 december 1996 respectievelijk 20 mei 1999 op verzoek van de vrouw door [naam erkenner] erkend. De vrouw verzoekt de rechtbank thans om deze erkenning te vernietigen. Zij voert daartoe aan dat zij - hoewel zij wist dat [naam biologische vader] en niet [naam erkenner] de biologische vader van de kinderen is - bij het geven van haar toestemming voor de erkenning aan [naam erkenner] heeft gedwaald. De relatie met [naam biologische vader] is volgens de vrouw niet steeds goed verlopen en de relatie is daardoor tussentijds verschillende keren onderbroken geweest. Ten tijde van de geboorte van [naam kind 2] heeft zij er daarom voor gekozen om hem te laten erkennen door [naam erkenner] in plaats van door zijn biologische vader, aldus de vrouw. Volgens de vrouw verliep de relatie met [naam biologische vader] ook bijzonder slecht op het moment dat [naam kind 2] is geboren. Omdat zij haar dochter dezelfde achternaam wilde geven en in goede verhouding tot haar broer wilde laten staan, heeft de vrouw [naam erkenner] verzocht om ook [naam kind 2] te erkennen, aan welk verzoek [naam erkenner] heeft voldaan.
De vrouw stelt dat zij er ten tijde van het geven van haar toestemming voor de erkenning door [naam erkenner] van overtuigd was dat haar relatie met [naam biologische vader] geen enkele kans van slagen zou hebben en dat voor [naam biologische vader] geen rol als vader van de kinderen zou zijn weggelegd. Volgens de vrouw heeft zij zich hierin echter enorm vergist en houdt zij pas sinds enige tijd rekening met de mogelijkheid dat [naam biologische vader] wel zijn vaderrol met betrekking tot de kinderen en een derde kind, dat inmiddels uit de relatie tussen de vrouw en [naam biologische vader] is geboren, zal vervullen. De vrouw wenst daarom dat de erkenning door [naam erkenner] wordt vernietigd, zodat [naam biologische vader] als biologische vader in staat zal zijn om de kinderen te erkennen. Zij acht daarbij van belang dat zij nimmer met [naam erkenner] heeft samengeleefd als waren zij gehuwd en dat [naam erkenner] de vernietiging eveneens wenselijk acht omdat zijn partner inmiddels een kind van hem verwacht en [naam erkenner] het juist acht dat alleen dat kind in een familierechtelijke betrekking tot hem zal staan. De vrouw heeft voorts gewezen op het belang van de kinderen, dat naar haar mening wordt gediend door de erkenning door [naam biologische vader] omdat er sinds juli 1999 weer sprake is van samenwoning van de vrouw met [naam biologische vader] en ook de kinderen (die onder toezicht zijn gesteld) bij hen in huis wonen.
2. [naam erkenner] heeft ter zitting verklaard dat hij de mening van de vrouw deelt en dat hij graag zou zien dat de erkenning vernietigd wordt.
3. De bijzonder curator heeft zich in zijn verweerschrift gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en heeft ter zitting verklaard geen enkel bezwaar te zien tegen toewijzing van het verzoek, omdat alle betrokkenen het eens zijn en omdat [naam biologische vader] tegenover hem heeft verklaard dat hij bereid is om tot erkenning van de kinderen over te gaan. De bijzonder curator acht duidelijkheid over de situatie in het belang van de kinderen.
4. De raad voor de kinderbescherming heeft ter zitting geen bezwaren tegen toewijzing van het verzoek geuit.
5. Hoewel alle betrokkenen het in het onderhavige geval eens lijken te zijn over de wenselijkheid van de verzochte vernietiging, is naar het oordeel van de rechtbank niet aan de voorwaarden voor toewijzing van de verzochte vernietiging voldaan. Vast staat dat de vrouw bij het geven van haar toestemming voor de erkenning niet heeft gedwaald over de persoon van de biologische vader. Zij wist dat [naam biologische vader] de biologische vader van de kinderen was en heeft desondanks willens en wetens toestemming gegeven aan [naam erkenner] om tot erkenning van de kinderen over te gaan om de rol van [naam biologische vader] als vader van de kinderen uit te sluiten. Dat de vrouw zich thans op het standpunt stelt dat zij zich in de capaciteiten van [naam biologische vader] om een vaderrol te vervullen, heeft vergist, brengt niet mee dat zij heeft gedwaald in de zin van artikel 1:205 BW Pro. Bovendien is niet komen vast te staan dat de gestelde dwaling minder dan een jaar geleden door de vrouw is ontdekt. De vrouw heeft immers ter zitting verklaard dat zij al sinds juli 1999 weer met [naam biologische vader] samenwoont.
6. Gelet op de ratio van de beperkingen die de wetgever heeft gesteld aan het aantal personen die een verzoek tot erkenning kunnen indienen en aan de periode waarbinnen zij dat kunnen doen - namelijk voorkomen dat van de mogelijkheid om een erkenning aan te tasten en daarmee een kind zijn juridische ouder te ontnemen te ruimhartig gebruik wordt gemaakt - is de rechtbank van oordeel dat terughoudend moet worden geoordeeld over verzoeken die niet voldoen aan de in artikel 1:205 BW Pro gestelde voorwaarden. De in de rechtspraak onder bepaalde omstandigheden aan de biologische vader toegekende mogelijkheid tot vernietiging van een erkenning in verband met de bescherming van zijn "family life" in de zin van artikel 8 EVRM Pro, komt in het onderhavige geval niet toe aan de vrouw. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat het recht op "family life" van de vrouw in dezen niet in het geding is en dat de vrouw zelf willens en wetens de biologische vader destijds buiten spel heeft willen zetten. Geoordeeld moet worden dat de omstandigheid of een kind wel of niet een juridische vader heeft/kan hebben niet afhankelijk mag worden gesteld van het (wellicht steeds wisselende) antwoord op de vraag of de moeder wel of niet een vaderrol voor de biologische vader ziet weggelegd.
7. Het bovenstaande leidt tot de slotsom dat de rechtbank geen gronden ziet voor toewijzing van de verzochte vernietiging.
BESLISSING
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven te Leeuwarden door mrs. J.D.S.L. Bosch, voorzitter, A.H.M. Dölle en G.A.M. Peper, leden van de kamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 1 augustus 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.
(cc: 115)
Van de einduitspraak in deze beschikking kan binnen 2 maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. Indien u in deze procedure bent verschenen start deze termijn op de dag van de uitspraak. Als u niet in de procedure bent verschenen kan de termijn op een latere datum beginnen. Volgens de wet bent u verplicht om voor het instellen van hoger beroep een advocaat in te schakelen. In verband met de beperkte termijn dient u zo spoedig mogelijk contact met uw/een advocaat op te nemen!
De griffier.