ECLI:NL:RBLEE:2001:AB2911
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgplicht rolstoelverstrekking bij verblijf in AWBZ-instelling
Verzoeker, meervoudig gehandicapt en woonachtig in een voormalige kantoorruimte op het terrein van een AWBZ-instelling, vroeg een rolstoel aan bij de gemeente. De aanvraag werd afgewezen omdat verweerder stelde dat verzoeker in een AWBZ-instelling verbleef en daardoor geen zorgplicht bestond op grond van de Wvg.
De rechtbank overwoog dat het begrip 'verblijven' in art. 2.2 Wvg restrictief moet worden uitgelegd: alleen personen met een officiële plaats in een AWBZ-instelling en aanspraak op AWBZ-verstrekkingen vallen onder de uitzondering. Verzoeker woont echter in een noodwoning zonder huurcontract en valt niet onder de 82 officiële plaatsen van de instelling. Bovendien ontvangt hij zorg via een persoonsgebonden budget en geen AWBZ-verstrekkingen.
De rechtbank concludeerde dat verzoeker niet in een AWBZ-instelling verblijft in de zin van art. 2.2 Wvg, waardoor de gemeente wel zorgplicht heeft voor het verstrekken van een rolstoel. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de bodemzaak voldoende duidelijkheid bood.
De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit tot afwijzing van de rolstoelaanvraag, waarbij de gemeente zorgplicht heeft voor verstrekking.