ECLI:NL:RBLEE:2001:AB0646
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.N. Brons
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot omgangsregeling wegens ontbreken nauwe persoonlijke betrekking
De man verzocht de rechtbank om een omgangsregeling met zijn minderjarige kind vast te stellen. De vrouw, de moeder, voerde verweer. De rechtbank onderzocht of er sprake was van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en het kind, zoals vereist in artikel 1:377f BW.
Uit de feiten bleek dat de man het kind slechts eenmaal kort heeft gezien toen het twee weken oud was en daarbij het kind niet heeft aangeraakt. Hij was niet betrokken bij de geboorte. De man stelde dat hij anderhalf jaar feitelijk samenwoonde met de vrouw en dat zij een Islamitisch huwelijk hadden gesloten, hetgeen de vrouw ontkende. De relatie tussen partijen was volgens de vrouw beperkt en na februari 1999 beëindigd, met een incidentele ontmoeting in mei 1999 die tot de zwangerschap leidde.
De rechtbank oordeelde dat de relatie tussen partijen ten tijde van de verwekking niet gelijkgesteld kon worden aan een huwelijk en dat ook eventuele contacten tijdens de zwangerschap niet leidden tot een nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en het kind. Het vermeende Islamitische huwelijk werd niet erkend vanwege gebrek aan bewijs en rechtskracht.
De rechtbank concludeerde dat de man geen nauwe persoonlijke betrekking met het kind had opgebouwd en verklaarde hem daarom niet-ontvankelijk in zijn verzoek. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot omgangsregeling wegens het ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking met het kind.