ECLI:NL:RBLEE:2000:AA5836
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid ontnemingsvordering bij overtreding Meststoffenwet
De officier van justitie vorderde dat de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel zou vaststellen en dat verweerder dit bedrag aan de staat zou betalen. Deze vordering betrof een overtreding van artikel 14 van Pro de Meststoffenwet, waarvoor een interne tarieflijst geldt die ontnemingsvorderingen in veel gevallen achterwege laat.
De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk was in deze vordering omdat verweerder erop mocht vertrouwen dat op grond van de geldende aanwijzingen ontneming niet zou worden gevorderd bij dit type delict. De tarieflijst, vastgesteld door het college van procureurs-generaal, voorziet in afdoening via transacties en richtbedragen, waarbij ontneming doorgaans achterwege blijft.
De uitspraak bevestigt dat interne beleidsregels van het openbaar ministerie bindend kunnen zijn voor de ontvankelijkheid van vorderingen, en dat het vertrouwen van de verdachte in deze beleidsregels moet worden gerespecteerd. De rechtbank wees de ontnemingsvordering daarom af en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in zijn ontnemingsvordering wegens toepassing van interne tarieflijsten.