ECLI:NL:RBLEE:2000:AA5178
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- G. Vrieze
- Rechtspraak.nl
Verbod op smaad en laster door actiecomité over besmet vaccin Bayer
In deze kortgedingzaak vordert Bayer AG samen met haar dochterondernemingen een verbod tegen drie leden van het actiecomité 'Ziek van Bayer' die publiekelijk ernstige beschuldigingen uiten over besmette IBR-vaccins die Bayer produceert. Bayer stelt dat deze uitlatingen onwaar zijn en haar eer en goede naam schaden, en beroept zich op smaad en laster. Het actiecomité verdedigt zich met het recht op vrijheid van meningsuiting en wijst op de omvangrijke schade die veehouders lijden.
De rechtbank weegt het recht op vrijheid van meningsuiting af tegen het recht op bescherming van reputatie. Hoewel het actiecomité prikkelende kritiek mag uiten, oordeelt de rechtbank dat feitelijke onjuistheden en schokkende formuleringen zoals "Dood door Bayer" en "Het zal je kind maar wezen" onrechtmatig zijn. De rechtbank verbiedt dergelijke uitingen en legt beperkingen op aan het verspreiden van pamfletten en het plaatsen van borden met deze boodschappen.
Verder erkent de rechtbank het belang van nader wetenschappelijk onderzoek en stelt dat de verboden hun gelding verliezen zodra de experts rapporteren. De proceskosten worden gecompenseerd. De uitspraak benadrukt de balans tussen publieke kritiek en bescherming tegen smaad in een complexe zaak rond productaansprakelijkheid.
Uitkomst: Gedaagden worden verboden bepaalde smaaduitlatingen te doen en opgelegde dwangsommen bij overtreding.