ECLI:NL:RBLEE:1998:AA3469
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongeldigverklaring rijbewijs wegens onvoldoende motivering alcoholafhankelijkheid
Verzoeker werd aangehouden wegens rijden onder invloed met een hoge ademalcoholwaarde. De minister van Verkeer en Waterstaat liet twee medische onderzoeken uitvoeren naar zijn rijgeschiktheid. De eerste arts stelde alcoholafhankelijkheid vast, de tweede arts concludeerde slechts alcoholmisbruik. De minister baseerde zijn besluit op beide rapporten en verklaarde het rijbewijs ongeldig.
Verzoeker betoogde dat het besluit onzorgvuldig tot stand kwam en onvoldoende gemotiveerd was, omdat de diagnose afhankelijkheid niet voldoende was onderbouwd en de communicatie tussen de minister en de tweede arts mogelijk de onafhankelijkheid beïnvloedde. De rechtbank oordeelde dat de communicatie weliswaar ongebruikelijk was, maar niet leidde tot ontoelaatbare beïnvloeding.
De rechtbank stelde echter vast dat niet aan alle DSM IV-criteria voor afhankelijkheid was voldaan en dat de minister niet op juiste gronden tot het oordeel van alcoholmisbruik was gekomen. Hierdoor ontbrak een deugdelijke motivering, wat strijdig is met de Awb. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd, en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verzoeker kreeg vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs is vernietigd wegens onvoldoende motivering en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.