ECLI:NL:RBLEE:1998:AA1046
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.Tj. Terpstra
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering wegens verborgen asbest in verkochte woning
Eiser sloot op 9 maart 1996 een koopovereenkomst met gedaagde voor een woning waarvan gedaagde eigenaar was. Eiser had vooraf uitdrukkelijk geïnformeerd naar de aanwezigheid van asbest, waarop gedaagde ontkende dat asbest in de woning aanwezig was, behalve op het dak van de paardenstal. Tijdens verbouwing in februari 1997 werd echter asbest onder de dakpannen van de woning aangetroffen.
Eiser stelde gedaagde aansprakelijk en vorderde vergoeding van de kosten voor verwijdering van de asbestplaten en waardevermindering van de woning. Gedaagde voerde verweer dat hij niet van het asbest wist en dat eiser niet tijdig gebreken aan de verwarmingsinstallatie had gemeld.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde wel degelijk van het asbest op de woning wist en dit niet aan eiser had gemeld, waardoor gedaagde tekort was geschoten in zijn mededelingsplicht. De vordering voor asbestschade werd toegewezen tot een bedrag van €27.681,12 met wettelijke rente. De vordering voor gebreken aan de verwarmingsinstallatie werd afgewezen wegens overschrijding van de termijn voor melding en ingrijpende wijzigingen door eiser.
Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het toegewezen bedrag en in 2/3 van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vordering tot vergoeding van schade door verborgen asbest in woning wordt toegewezen, vordering verwarmingsinstallatie afgewezen.