ECLI:NL:RBHAA:2012:BY9888
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onzakelijke geldleningen aan dochter van aandeelhouder niet aftrekbaar voor vennootschapsbelasting
Eiseres, een besloten vennootschap, verstrekte in de periode 2002 tot 2008 vier geldleningen aan de dochter van haar aandeelhouder ter financiering van de inkoop en exploitatie van een horecaonderneming in het buitenland. De leningen kenden geen of lage rente, geen aflossingsafspraken en geen zekerheden. De onderneming werd in 2009 beëindigd na ontbinding van de huurovereenkomst wegens huurachterstand.
De Belastingdienst kwalificeerde deze leningen als onzakelijk en weigerde het door eiseres opgegeven waarderingsverlies op de vorderingen in aftrek te nemen bij de vennootschapsbelasting 2009. Eiseres stelde beroep in tegen deze aanslag en de heffingsrente, maar voerde geen aparte gronden tegen de rente.
De rechtbank stelt vast dat de leningen onzakelijk zijn omdat eiseres een debiteurenrisico aanvaardde dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen, mede vanwege het ontbreken van aflossingsafspraken, zekerheden en het feit dat banken geen lening wilden verstrekken. De enkele verklaring van een Griekse accountant over de waarde van de onderneming is onvoldoende concreet om het oordeel te weerleggen.
Daarom kan het afwaarderingsverlies niet ten laste van de winst worden gebracht. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door drie rechters en griffier op 20 december 2012.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting inclusief heffingsrente wordt gehandhaafd.