ECLI:NL:RBHAA:2012:BY1639
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. Udo de Haes
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot wijziging partnerbijdrage wegens pensioenverevening
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben na beëindiging van hun relatie afspraken gemaakt over een partnerbijdrage, vastgelegd in een notarieel echtscheidingsconvenant en een aanvullende overeenkomst. De man verzocht de partnerbijdrage te beëindigen of te verlagen vanwege zijn faillissement en toepassing van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, en omdat de vrouw met een nieuwe partner is gaan samenwonen.
De vrouw voerde verweer en stelde dat de aanvullende overeenkomst was gesloten vanwege onduidelijkheid over pensioenverevening, en dat zij deze overeenkomst op grond van dwaling had vernietigd. De rechtbank constateerde dat de aanvullende overeenkomst een regeling betreft voor het niet kunnen effectueren van het recht op pensioenverevening, en niet valt onder artikel 1:401 BW Pro.
De rechtbank oordeelde dat de wijziging of vernietiging van de aanvullende overeenkomst moet worden behandeld in de reeds aanhangige dagvaardingsprocedure. Daardoor werd de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek. De rechtbank ging niet in op de behoefte van de vrouw, draagkracht van de man, noch op de beëindiging van de partnerbijdrage op grond van samenwonen met een nieuwe partner.
Uitkomst: De man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot wijziging van de partnerbijdrage.