ECLI:NL:RBHAA:2012:BX6701
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- C.E. Heyning-Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen opschorting WAO-uitkering wegens vermoedelijke fraude
Verzoeker ontvangt sinds 1985 een WAO-uitkering van 80-100%. Verweerder startte een fraudeonderzoek naar aanleiding van een anonieme melding dat verzoeker als rijinstructeur werkzaam zou zijn bij de rijschool van zijn zoon. Diverse onderzoeken en getuigenverklaringen ondersteunen dit vermoeden.
Verzoeker ontkent de werkzaamheden, maar zijn ontkenning wordt niet aannemelijk geacht door de voorzieningenrechter. Verweerder schortte daarom de uitkering op per 1 mei 2012. Verzoeker stelde dat het besluit disproportioneel is en dat er geen duidelijke aanwijzingen zijn, maar dit werd niet gevolgd.
De voorzieningenrechter concludeert dat er voldoende concrete aanwijzingen zijn voor het vermoeden van niet-naleving van de inlichtingenplicht en dat de opschorting terecht is. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de opschorting van de WAO-uitkering wordt afgewezen.