ECLI:NL:RBHAA:2012:BX3006
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Benoeming tijdelijke voogdij wegens schorsing ouderlijk gezag minderjarige
De rechtbank Haarlem behandelde op 3 juli 2012 het verzoek tot voorziening in de (tijdelijke) voogdij over een minderjarige geboren in 1997. De ouders van de minderjarige zijn sinds enige tijd niet meer in beeld en niet in staat het ouderlijk gezag uit te oefenen. De moeder was wel aanwezig bij de zitting, maar maakt geen deel uit van het dagelijks leven van de minderjarige en heeft geen bezwaar tegen het verzoek. De vader is dakloos en heeft geen contact met de minderjarige sinds december 2011.
De minderjarige heeft in raadkamer aangegeven bij de verzoekers te willen wonen en wenst dat zij voogd worden. Ook de oma, die de minderjarige grotendeels heeft opgevoed, steunt het verzoek. De rechtbank baseert zich op de artikelen 1:253q en 1:253r BW, die bepalen dat bij onmogelijkheid van ouders het gezag uit te oefenen, een voogd wordt benoemd en het gezag wordt geschorst.
Gezien het belang van de minderjarige en de onmogelijkheid van de ouders het gezag uit te oefenen, stelt de rechtbank het gezag over de minderjarige vast als geschorst en benoemt de verzoekers tot tijdelijke voogden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het gezag over de minderjarige is geschorst en verzoekers zijn benoemd tot tijdelijke voogden.