ECLI:NL:RBHAA:2012:BX0158
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking Wwb-uitkering wegens vermeende gezamenlijke huishouding
Verzoeker ontving een Wwb-uitkering die per 27 maart 2012 werd ingetrokken omdat verweerder stelde dat verzoeker een gezamenlijke huishouding voert met een ander persoon. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de feiten en omstandigheden onvoldoende zijn om van een gezamenlijke huishouding te spreken. De zorg die de ander verleende was tijdelijke mantelzorg na een hartoperatie, zonder wederzijdse zorg of financiële verstrengeling.
De voorzieningenrechter nam de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep in acht en concludeerde dat de enkele gezamenlijke boodschappen, incidenteel samen eten en beperkt gebruik van voorzieningen niet leiden tot het aannemen van een gezamenlijke huishouding. Ook de financiële transacties betroffen leningen die werden terugbetaald, waardoor geen sprake was van financiële verstrengeling.
Gezien de belangen van verzoeker, die zonder uitkering in een levensbedreigende situatie verkeerde, werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Het bestreden besluit werd geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en het griffierecht aan verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot intrekking van de Wwb-uitkering wordt geschorst.