ECLI:NL:RBHAA:2012:BW6146
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebeschikking bij onvolledige rittenregistratie privégebruik auto
Eiser ontving een naheffingsaanslag en boete wegens vermeend privégebruik van een door werkgever ter beschikking gestelde auto in 2008. De rittenregistratie van eiser bevatte onjuistheden, met name drie niet-geregistreerde ritten die door verkeersdiensten waren vastgesteld.
Eiser vulde zijn rittenregistratie aan met gegevens uit zijn agenda, maar de rechtbank oordeelde dat deze aanvullingen onvoldoende overtuigend waren om aan te tonen dat het privégebruik minder dan 500 kilometer bedroeg. De naheffingsaanslag werd daarom gehandhaafd.
Ten aanzien van de opgelegde boete stelde de rechtbank vast dat eiser nalatig was in zijn registratie, maar dat er geen sprake was van opzet of grove schuld. Dit werd mede onderbouwd door het feit dat eiser veelvuldig gebruik maakte van openbaar vervoer en taxibonnen overlegde.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de boete betrof, vernietigde de boetebeschikking en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep tegen de naheffingsaanslag en heffingsrente werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De boetebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van opzet of grove schuld, naheffingsaanslag blijft gehandhaafd.