ECLI:NL:RBHAA:2012:BW5692
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging inkomensvoorziening WIJ wegens vermeende schending inlichtingenplicht niet gerechtvaardigd
Eiseres ontving sinds 1 juli 2010 een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ). Op 25 mei 2011 verhuisde zij en ging zij samenwonen met haar dochter en de vader van haar dochter. Verweerder beëindigde daarop haar inkomensvoorziening per die datum omdat eiseres haar verhuizing en samenwoning niet zou hebben doorgegeven, waarbij werd aangenomen dat zij haar inlichtingenplicht niet wilde nakomen.
Eiseres betwistte dit en stelde dat zij haar verhuizing wel had gemeld via een mutatieformulier. De rechtbank oordeelde dat eiseres deze stelling niet met bewijs kon onderbouwen, waardoor verweerder terecht aannam dat zij haar inlichtingenplicht had geschonden. Echter, de rechtbank vond dat het enkele feit van het niet nakomen van de inlichtingenplicht onvoldoende is om te concluderen dat eiseres die plicht niet wilde nakomen zoals bedoeld in artikel 42, eerste lid onder c van de WIJ.
Verder stelde de rechtbank dat het samenwonen in een gezamenlijke huishouding niet automatisch betekent dat eiseres niet langer aanspraak kon maken op een inkomensvoorziening volgens de norm van een alleenstaande. Verweerder moet nader onderzoek doen naar het inkomen en vermogen van de partner. De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de inkomensvoorziening wordt vernietigd.