ECLI:NL:RBHAA:2012:BW0669
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering koopkrachttegemoetkoming aan AOW-gerechtigde woonachtig in Kosovo is ongeoorloofd onderscheid
Eiser, een AOW-gerechtigde woonachtig in Kosovo, vroeg een koopkrachttegemoetkoming aan die door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) werd geweigerd vanwege het niet voldoen aan de eis dat ten minste 90% van zijn wereldinkomen in Nederland aan belastingheffing is onderworpen. De rechtbank stelde vast dat deze eis niet geldt voor binnenlandse belastingplichtigen en dat het stellen van deze eis aan buitenlandse belastingplichtigen een ongeoorloofd onderscheid vormt volgens artikel 5 van Pro het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en het voormalige Joegoslavië.
De rechtbank oordeelde dat de koopkrachttegemoetkoming moet worden aangemerkt als een uitkering bij ouderdom in de zin van het verdrag, omdat deze zonder discretionaire beoordeling wordt toegekend aan personen ouder dan 65 jaar. Het verweer van de SVB dat de tegemoetkoming een fiscale maatregel is en buiten de werkingssfeer van het verdrag valt, werd verworpen omdat de regeling geen belastingregeling is maar een zelfstandige uitkering.
De rechtbank concludeerde dat de eis dat 90% van het wereldinkomen in Nederland belast moet zijn, niet mag worden toegepast op eiser die onderdaan is van Kosovo en zich op het verdrag kan beroepen. De beschikking van de SVB werd vernietigd en het recht op de tegemoetkoming werd vastgesteld vanaf 1 juni 2011. Tevens werd het griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiser recht heeft op de koopkrachttegemoetkoming vanaf 1 juni 2011 en vernietigt de weigering van de SVB.