ECLI:NL:RBHAA:2012:BV8166
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijkheid OM in ontnemingsvordering na vrijspraak medeplegen diefstal met geweld
De rechtbank Haarlem heeft op 5 maart 2012 uitspraak gedaan in een zaak waarbij verdachte werd verdacht van medeplegen van diefstal met geweld bij een overval op een juwelierszaak. Verdachte werd vrijgesproken van deze verdenking.
Het openbaar ministerie had een vordering ingediend tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tot een maximum van € 13.000,-. De rechtbank overwoog dat volgens vaste jurisprudentie, met name het arrest van de Hoge Raad van 17 februari 2009, het ontbreken van een veroordeling in de hoofdzaak de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg staat. Dit volgt uit artikel 511e, eerste lid, juncto artikel 348 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Gelet hierop verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de ontnemingsvordering. De beslissing werd genomen na meerdere openbare terechtzittingen in oktober 2011 en februari 2012. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer bestaande uit drie rechters onder voorzitterschap van mr. Ph. Burgers.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vanwege de vrijspraak van verdachte.