ECLI:NL:RBHAA:2012:BV7993

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
5 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
15/790013-11 (ontneming)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 511e SvArt. 348 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel niet ontvankelijk bij ontbreken veroordeling

De rechtbank Haarlem behandelde de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter waarde van maximaal €13.000,- tegen verdachte, die was vrijgesproken van medeplegen van diefstal met geweld.

Uit jurisprudentie volgt dat een ontnemingsvordering niet ontvankelijk is indien geen veroordeling wegens een strafbaar feit in de hoofdzaak is uitgesproken. Dit is gebaseerd op artikel 511e lid 1 jo. artikel 348 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank oordeelde daarom dat het ontbreken van een veroordeling in de hoofdzaak de ontvankelijkheid van de ontnemingsvordering in de weg staat. Het Openbaar Ministerie werd niet ontvankelijk verklaard in haar vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De beslissing werd genomen na meerdere openbare terechtzittingen en is gewezen door een meervoudige kamer van de rechtbank Haarlem op 5 maart 2012.

Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens het ontbreken van een veroordeling in de hoofdzaak.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector Strafrecht
Meervoudige Kamer
Tegenspraak
Parketnummer: 15/790013-11
Uitspraakdatum: 5 maart 2011
beslissing (ex artikel 36e Sr)
1. Vordering
Deze beslissing heeft betrekking op de vordering van de officier van justitie d.d. 12 september 2011 ten aanzien van het strafbare feit in de zaak onder bovenstaand parketnummer, strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht tot een maximum van € 13.000,-- in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Marokko),
wonende te [adres],
thans gedetineerd in [detentieadres].
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder het met deze vordering samenhangende straf- en ontnemingsdossier.
Deze beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek ter openbare terechtzitting van 7 oktober 2011, 14 oktober 2011, 5 januari 2012, 10 februari 2012 en 20 februari 2012.
2. Overwegingen
Bij vonnis van 5 maart 2012 van deze rechtbank is voornoemde [verdachte] vrijgesproken van de hem ten laste gelegde verdenking van het medeplegen van diefstal met geweld.
Volgens vaste jurisprudentie (HR 17 februari 2009, NJ 2009,121) moet uit het wettelijk systeem, meer in het bijzonder uit artikel 511e, eerste lid, jo artikel 348 van Pro het Wetboek van Strafvordering, worden afgeleid dat het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit in de hoofdzaak aan de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg staat.
Dientengevolge acht de rechtbank het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de vordering.
3.Beslissing
De rechtbank verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk in zijn vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
4. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gegeven door:
mr. Ph. Burgers, voorzitter,
mr. A. Eichperger en mr. K.G. Witteman, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier B.H.E. Zuidam,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 maart 2012.