ECLI:NL:RBHAA:2012:BV7984
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in ontnemingsvordering na vrijspraak medeplegen diefstal met geweld
De rechtbank Haarlem heeft op 5 maart 2012 uitspraak gedaan in een zaak waarin het openbaar ministerie een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel had ingesteld tegen verdachte, die was vrijgesproken van medeplegen van diefstal met geweld (overval op juwelier).
De rechtbank overwoog dat volgens vaste jurisprudentie, met name het arrest van de Hoge Raad van 17 februari 2009, het ontbreken van een veroordeling in de hoofdzaak de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg staat. Dit volgt uit artikel 511e, eerste lid, juncto artikel 348 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Na beoordeling van de stukken en het onderzoek ter terechtzitting verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tot een maximum van €13.000.
De beslissing werd genomen door de meervoudige strafkamer bestaande uit voorzitter mr. Ph. Burgers en rechters mr. A. Eichperger en mr. K.G. Witteman, en uitgesproken in aanwezigheid van griffier B.H.E. Zuidam.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens de vrijspraak van verdachte.