ECLI:NL:RBHAA:2012:BV6125
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanhouding van vorderingen compensatie vertraging op basis van Sturgeonarrest tegen luchtvaartmaatschappij
De passagiers hebben de luchtvaartmaatschappij gedagvaard voor compensatie wegens vertraging op grond van EU Verordening 261/2004 en het Sturgeonarrest. Tijdens een comparitie zijn standpunten toegelicht en is een groot aantal gelijksoortige zaken behandeld.
De luchtvaartmaatschappij verzocht om aanhouding van de procedure vanwege het ontbreken van uniforme rechtspraak in Nederland en lopende prejudiciële procedures bij het Hof van Justitie. Zij voerde aan dat vertraging een ander karakter heeft dan annulering of instapweigering en dat compensatie geen gedragsprikkel oplevert, waardoor het Sturgeonarrest niet passend is.
De passagiers verzetten zich tegen aanhouding, stellende dat het arrest van het Hof Amsterdam duidelijk is. De kantonrechter weegt het belang van de luchtvaartmaatschappij bij aanhouding tegen het belang van de passagiers bij snelle beslissing en concludeert dat het belang van de luchtvaartmaatschappij prevaleert.
De procedure wordt aangehouden tot beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof van Justitie, met verwijzing naar de rolzitting van 22 november 2012. Iedere verdere uitspraak wordt aangehouden.
Uitkomst: De procedure wordt aangehouden in afwachting van beantwoording van prejudiciële vragen over het Sturgeonarrest.