ECLI:NL:RBHAA:2012:BV3349
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- C.E. Heyning-Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij betwisting hoofdverblijf in WWB-uitkeringszaak
Verzoeker, afkomstig uit Somalië, diende een aanvraag in voor een WWB-uitkering die door verweerder werd afgewezen vanwege tegenstrijdige verklaringen over zijn woonsituatie en het ontbreken van een sleutel van de opgegeven woning.
Na meerdere intakegesprekken en een huisbezoek concludeerde verweerder dat niet kon worden vastgesteld dat verzoeker daadwerkelijk zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres. Verzoeker betwistte deze conclusie en stelde dat de verschillen klein waren en verklaarde dat hij een huurovereenkomst zou aangaan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de discrepanties in de verklaringen op 21 november en 15 december 2011 te groot zijn om het hoofdverblijf vast te stellen. Wel werd erkend dat de bevindingen bij het huisbezoek overeenkomen met de latere verklaring van verzoeker, maar dat dit onvoldoende bewijs is zonder nadere concrete documenten.
Omdat inmiddels een inhoudelijk besluit was genomen en verzoeker geen spoedeisend belang meer had bij schorsing van eerdere besluiten, werden beide verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen afwijzing WWB-aanvraag wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf wordt afgewezen.