ECLI:NL:RBHAA:2011:BV2319
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden met verdeling alsof in gemeenschap van goederen getrouwd
De rechtbank Haarlem behandelde de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden tussen partijen na hun echtscheiding. De peildatum voor de verrekening werd vastgesteld op 2 februari 2010, de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding. Partijen waren het erover eens dat de verdeling plaatsvindt alsof zij in gemeenschap van goederen waren getrouwd, waarbij het vermogen minus de schulden op die datum wordt verdeeld.
Er bestond onenigheid over de vraag of een schuld aan de Rabobank op de peildatum bestond. De man stelde dat een kredietovereenkomst op 10 februari 2010 een wijziging betrof en dat de schuld reeds bestond, maar kon dit niet met stukken onderbouwen. De rechtbank oordeelde daarom dat deze schuld niet tot de gemeenschap behoorde. Tevens was er discussie over het vermogen van de man op de peildatum, waarbij de vrouw stelde dat er €54.787,78 aanwezig was, terwijl de man dit betwistte vanwege vermeende verliezen op beleggingen. De rechtbank vond dat de man zijn stellingen onvoldoende had onderbouwd en ging uit van het door de vrouw gestelde bedrag.
Verder was niet in geschil dat de man een schuld aan Visa had van €3.296,00 en dat er beleggingsverzekeringen met een waarde van €18.477,00 tot de gemeenschap behoorden. De rechtbank stelde de verdeling vast en bepaalde dat de man aan de vrouw een bedrag van €34.984,39 moet voldoen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan door middel van hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: De rechtbank stelt de verdeling vast en bepaalt dat de man aan de vrouw €34.984,39 moet voldoen.