ECLI:NL:RBHAA:2011:BV0033
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij WWB-uitkering wegens gezamenlijke huishouding
Verzoekster diende een aanvraag in voor een WWB-uitkering als alleenstaande ouder. Verweerder stelde dat verzoekster met haar zus een gezamenlijke huishouding voert, waardoor zij niet in aanmerking komt voor deze uitkering, maar voor een uitkering op basis van de gehuwdennorm. Verzoekster betwistte dit en stelde dat er onvoldoende onderzoek was gedaan, met name ontkende zij dat er een huisbezoek en gesprek met haar zus hadden plaatsgevonden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het huisbezoek op 7 december 2011 niet kon doorgaan doordat verzoekster niet thuis was, wat als weigering van medewerking werd aangemerkt. Verzoekster had niet tijdig gemeld dat zij afwezig zou zijn vanwege een begrafenis en had ook niet gecontroleerd of haar zus thuis was. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
Op grond van vaste jurisprudentie kan bij onvoldoende medewerking de bijstand worden geweigerd. De voorzieningenrechter concludeerde dat de afwijzing van de aanvraag in bezwaar naar verwachting stand zal houden en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen vanwege weigering medewerking aan huisbezoek en het bestaan van een gezamenlijke huishouding.