ECLI:NL:RBHAA:2011:BU6549
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde tennishal en proceskostenvergoeding
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de WOZ-waarde van een tennishal voor de jaren 2005, 2006 en 2007 centraal. Eiseres stelt dat de tennishal geen afzonderlijke onroerende zaak is en pleit voor een waardering van €1 of een lagere waarde dan vastgesteld door verweerder. De rechtbank beoordeelt of de tennishal als een afzonderlijk geheel kan worden beschouwd volgens artikel 16 van Pro de Wet WOZ.
De rechtbank oordeelt dat de tennishal wel degelijk een afzonderlijke onroerende zaak is, ondanks het ontbreken van eigen kleed- en sanitaire voorzieningen en het feit dat een tussendeur vanwege vergunningvoorschriften altijd open moet zijn. De feitelijke afsluitbaarheid is bepalend, niet het feit dat de deur niet afgesloten mag worden. Daarnaast is vastgesteld dat de tennishal niet commercieel wordt geëxploiteerd, waardoor waardering op bedrijfswaarde niet aan de orde is.
De waardering van de tennishal vindt plaats op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde inclusief omzetbelasting voor de opstal en exclusief omzetbelasting voor de grond. De rechtbank stelt de waarde van de grond per 1 januari 2003 en 1 januari 2005 vast op respectievelijk €183.735 en €197.345 exclusief BTW. De door verweerder vastgestelde waardes zijn niet te hoog. Het beroep op een lagere waarde wordt daarom ongegrond verklaard.
Ten aanzien van de proceskostenvergoeding in de bezwaarfase oordeelt de rechtbank dat verweerder ten onrechte een vergoeding voor een hoorzitting had geweigerd. De rechtbank verhoogt de kostenvergoeding en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep op proceskostenvergoeding wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: De WOZ-waardes van de tennishal worden bevestigd en het beroep op proceskostenvergoeding wordt gegrond verklaard.