ECLI:NL:RBHAA:2011:BU5573
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Gemeente handelt niet onrechtmatig bij verkoop verhuurde woonwagenstandplaats aan derde
De zaak betreft een geschil tussen een huurder en de gemeente over de verkoop van een woonwagenstandplaats inclusief woonwagen. De huurder stelde dat de gemeente onrechtmatig had gehandeld door de standplaats aan een derde te verkopen zonder hem eerst de mogelijkheid te bieden tot koop. De huurder baseerde dit op een veronderstelde verordening of beleid dat zittende huurders voorrang geeft bij verkoop.
De gemeente had op 1 juni 2011 een koopovereenkomst gesloten met een derde koper, vrij van huur. Nadat de huurder zijn aanspraak op koop kenbaar maakte, werd deze koopovereenkomst ontbonden en een nieuw recht van eerste koop aan de koper verstrekt. Op 11 augustus 2011 werd opnieuw overeenstemming bereikt over verkoop in verhuurde staat, met ondertekening van de koopovereenkomst op 29 september 2011. De huurder maakte zijn koopbelang pas op 5 september 2011 kenbaar.
De rechtbank stelde vast dat de gemeente reeds op 29 augustus 2011 gebonden was aan verkoop aan de derde en dat er geen verordening of beleid bestond die de gemeente verplichtte eerst aan de huurder te verkopen. De vorderingen van de huurder werden daarom afgewezen. Wel erkende de rechtbank dat de huurder onaangenaam was getroffen door het feit dat de gemeente de levering aan de koper niet had uitgesteld tot na de kortgedinguitspraak, maar dit veranderde niets aan de uitkomst.
De huurder werd veroordeeld in de proceskosten van de gemeente, begroot op € 2.560,00. Het vonnis werd gewezen door mr. A.J. van der Meer op 22 november 2011.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de huurder af en oordeelt dat de gemeente niet onrechtmatig heeft gehandeld bij verkoop aan een derde.