ECLI:NL:RBHAA:2011:BU4085
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Provincie tot ingebruikgeving grond voor N201-omlegging door Chipshol
De Provincie Noord-Holland vorderde in kort geding dat Chipshol een aantal perceelsgedeelten vooruitlopend op eigendomsoverdracht aan de Provincie in gebruik zou geven voor de aanleg van de N201-omlegging. De Provincie stelde dat in correspondentie van april en juli 2009 een overeenkomst tot stand was gekomen waarin Chipshol zich tot ingebruikgeving had verbonden.
Chipshol betwistte dat er een bindende overeenkomst was gesloten en stelde dat de correspondentie slechts een aanzet was tot onderhandelingen. Na oktober 2009 was de relatie tussen partijen verslechterd en was Chipshol niet meer betrokken bij het verdere tracéoverleg, waarbij bovendien een ander tracé werd gekozen dan oorspronkelijk voorgesteld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Provincie onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat een bindende overeenkomst bestond. De Provincie had nagelaten de afspraken in een gedetailleerde overeenkomst vast te leggen en had Chipshol niet tijdig gewezen op haar standpunt dat er een overeenkomst was. Ook was onvoldoende aannemelijk dat Chipshol onrechtmatig handelde door de perceelsgedeelten niet ter beschikking te stellen.
De vordering werd daarom afgewezen en de Provincie werd veroordeeld in de proceskosten. Dit vonnis onderstreept het belang van duidelijke en tijdige vastlegging van afspraken bij grondverwerving voor infrastructurele projecten.
Uitkomst: De vordering van de Provincie tot ingebruikgeving van de perceelsgedeelten door Chipshol wordt afgewezen.