ECLI:NL:RBHAA:2011:BU3991
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot onderhandse verkoop kunstcollectie faillissementsboedel
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft het verzoek van Deutsche Bank Nederland N.V. afgewezen om het Nederlandse deel van de kunstcollectie van DS Art onderhands te verkopen aan een particulier voor een bedrag van € 13.982.500,-- inclusief BTW. Deutsche Bank stelde dat het bod substantieel hoger was dan de taxaties van Christie’s en Sotheby’s en dat een openbare veiling onzekerheden en veilingkosten met zich meebrengt.
De curator en de boedel verzetten zich tegen het verzoek vanwege mogelijke fiscale consequenties, met name de BTW-aanslag van € 2.232.500,-- die de boedel zou moeten voldoen, wat een aanzienlijk nadeel kan opleveren. De voorzieningenrechter kon niet uitsluiten dat de fiscus de boedel zou aanspreken voor deze BTW, terwijl Deutsche Bank geen vrijwaring wilde geven.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het uitgangspunt voor executie van pandrecht een openbare verkoop is en dat een afwijkende wijze slechts kan worden toegestaan als dit in het belang is van alle betrokkenen. Gezien de grote verschillen in taxaties en de onzekerheid over de fiscale gevolgen kon niet worden aangenomen dat de onderhandse verkoop de hoogste opbrengst zou opleveren. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd Deutsche Bank veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot onderhandse verkoop van de kunstcollectie is afgewezen vanwege onzekerheid over fiscale gevolgen en opbrengst.