ECLI:NL:RBHAA:2011:BU2003
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing hoofdverblijf minderjarige bij vader na verhuizing moeder
Partijen hadden een co-ouderschapsregeling waarbij de minderjarige bij de moeder en vader verbleef. De moeder verhuisde zonder toestemming naar een andere plaats, waardoor de bestaande regeling niet meer uitvoerbaar was. De vader verzocht om het hoofdverblijf bij hem te bepalen, met inschrijving van het kind op een school in zijn woonplaats. De moeder wilde het hoofdverblijf bij haar en vervangende toestemming voor schoolinschrijving.
De rechtbank oordeelde dat de verhuizing van de moeder haar eigen belangen diende en het belang van de minderjarige en vader ondergeschikt maakte. De afstand tussen de woonplaatsen maakte voortzetting van de co-ouderschapsregeling onmogelijk. De moeder had geen toestemming gevraagd en de vader was door de verhuizing geconfronteerd met een fait accompli.
De rechtbank stelde vast dat het belang van de minderjarige zich niet verzet tegen het hoofdverblijf bij de vader, die een stabiele en vertrouwde omgeving biedt met betrokken grootouders. De zorgregeling werd vastgesteld conform het verzoek van de vader, waarbij de minderjarige in de oneven en even weken bij de moeder verblijft op specifieke dagen en de helft van de schoolvakanties. Het verzoek van de moeder tot kinderbijdrage werd afgewezen omdat het hoofdverblijf bij de vader werd bepaald.
Uitkomst: Het hoofdverblijf van de minderjarige wordt vastgesteld bij de vader vanwege de verhuizing van de moeder, met een zorgregeling conform het verzoek van de vader.