ECLI:NL:RBHAA:2011:BU1299
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens nalaten informeren over liquiditeitsproblemen en financieringsafhankelijkheid
Goodwin Procter werd ingeschakeld om te adviseren bij een mogelijke bedrijfsovername in het kader van een project van Etirc, dat privé-jets wilde produceren. Etirc was afhankelijk van financiering door de Russische VEB Bank, maar deze financiering ging uiteindelijk niet door. Etirc raakte in financiële problemen en werd failliet verklaard.
De formele en feitelijke bestuurders van Etirc, [A] en [B], werden door Goodwin Procter aangesproken voor betaling van onbetaalde facturen. De rechtbank stelde vast dat zij vanaf april 2008 als feitelijk en formeel bestuurder optraden. Goodwin Procter had werkzaamheden verricht en facturen gestuurd, waarvan een groot deel onbetaald bleef.
De rechtbank oordeelde dat de bestuurders onrechtmatig hadden gehandeld door Goodwin Procter niet te informeren over de liquiditeitskrapte en de afhankelijkheid van betaling van financiering door de VEB Bank. Hierdoor werd Goodwin Procter de kans ontnomen om het risico te beoordelen. De bestuurders waren hoofdelijk aansprakelijk voor de onbetaalde facturen en werden veroordeeld tot betaling van ruim 1 miljoen dollar plus rente en proceskosten.
Uitkomst: De bestuurders werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van $1.037.662,10 met rente en proceskosten wegens onrechtmatig handelen door nalaten te informeren over liquiditeitsproblemen.