ECLI:NL:RBHAA:2011:BT7327
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervallen van conservatoire beslagen in voorlopige surseance ter behoud van onderneming
De bewindvoerder van een onderneming in voorlopige surseance van betaling verzocht de rechtbank om op grond van artikel 230 lid 2 Faillissementswet Pro de conservatoire beslagen ten laste van de schuldenaar te doen vervallen voorafgaand aan de definitieve beslissing over de surseance. De bewindvoerder stelde dat de onderneming een goedgevulde orderportefeuille heeft en op basis van een liquiditeitsprognose in staat is haar verplichtingen te voldoen, mits het bedrag van 65.000 euro dat onder beslag ligt vrijkomt.
De beslaglegger Muurtooi B.V. verzette zich tegen het verzoek en betwistte de liquiditeitsprognose, stellende dat zij onevenredig in haar belangen zou worden geschaad door het vervallen van het beslag. De rechtbank overwoog dat de bewindvoerder een reële inschatting moet maken van de levensvatbaarheid van de onderneming en dat zonder opheffing van de beslagen het faillissement onvermijdelijk zou zijn.
De rechtbank vond dat het belang van de onderneming en haar gezamenlijke crediteuren zwaarder weegt dan het belang van de beslagleggers bij het handhaven van de beslagen. Het vervallen van de beslagen is nodig om de onderneming een kans op voortzetting te bieden. De rechtbank besloot daarom de beslagen te laten vervallen, met uitzondering van beslagen voor vorderingen met voorrang op de goederen waarop die voorrang rust.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek toe en laat de conservatoire beslagen vervallen, behoudens voorrangsbeslagen.