ECLI:NL:RBHAA:2011:BT2542
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2007 onterecht opgelegd wegens geen nieuw feit
Eiser kreeg voor het jaar 2007 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd, waarbij het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang ten onrechte bij hem werd belast in plaats van bij zijn vrouw. De inspecteur handhaafde deze aanslag na bezwaar. Eiser stelde beroep in tegen deze navordering.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt, omdat de gewenste toerekening van het aanmerkelijk belang bij eiser reeds bekend was bij de inspecteur ten tijde van de oorspronkelijke aanslag. De inspecteur kon niet aannemelijk maken dat er een geldige afspraak was gemaakt om de navorderingsaanslag op te leggen.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat artikel 2.17, vierde lid, van de Wet IB 2001 niet van toepassing was voor het corrigeren van fouten van de belastingdienst, maar voor het wijzigen van de onderlinge verhouding van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen door belastingplichtigen. Omdat eiser en zijn vrouw hun wens niet hadden gewijzigd, was navordering op die grond niet toegestaan.
De rechtbank vernietigde daarom de navorderingsaanslag, de uitspraak op bezwaar en de heffingsrente, en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2007 is vernietigd omdat geen sprake is van een nieuw feit en de navordering onrechtmatig was.