ECLI:NL:RBHAA:2011:BT2083
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot beëindiging huurovereenkomst eetcafé wegens onjuiste bestemming en vergunningen
Bakker verhuurde een bedrijfsruimte aan een eetcafé en stelde dat de huurovereenkomst per 1 juli 2010 was geëindigd op grond van artikel 3.2 van de overeenkomst of opzegging. Tevens vorderde zij ontbinding wegens onjuiste bestemming, ontbreken van vergunningen en wanbetaling.
De huurders betwistten dat het om een huurovereenkomst ex artikel 7:230a BW ging en stelden dat sprake was van bedrijfsruimte ex artikel 7:290 BW Pro, met huurbescherming. De rechtbank stelde vast dat partijen een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte ex artikel 7:290 BW Pro hadden gesloten, mede gelet op de feitelijke exploitatie van het eetcafé en de kennis van verhuurder.
De rechtbank oordeelde dat de huurovereenkomst niet rechtsgeldig was beëindigd, omdat de opzegging niet aan de wettelijke eisen voldeed. De ontbindingsgronden faalden omdat de huurders inmiddels over de benodigde vergunningen beschikten en wanbetaling niet was aangetoond. Ook het beroep op de derogerende werking van redelijkheid en billijkheid slaagde niet.
De vorderingen tot ontruiming, betaling van huur en boetes, en schadevergoeding werden afgewezen. De proceskosten werden aan Bakker opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van verhuurder tot beëindiging en ontbinding van de huurovereenkomst af.