ECLI:NL:RBHAA:2011:BT1966
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H.L.C. Bijvoet
- A.J. Roke
- A. van Dongen
- Rechtspraak.nl
Navordering douanerechten na beëindiging verificatie niet onrechtmatig
Eiseres, een onderneming, kreeg een uitnodiging tot betaling (utb) opgelegd wegens te weinig betaalde douanerechten op landbouwproducten. De utb werd gehandhaafd na bezwaar, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank. De kern van het geschil was of navordering achterwege had moeten blijven op grond van artikel 220, tweede lid, aanhef en onder b, van het Communautair Douanewetboek (CDW), omdat eiseres erop mocht vertrouwen dat na beëindiging van de verificatie geen utb meer zou worden opgelegd.
De rechtbank stelde vast dat de aangifte was gedaan met een niet meer geldig invoercertificaat en dat de douane deze vergissing bij de verificatie niet had ontdekt. Volgens het CDW kan navordering achterwege blijven indien de vergissing aan de douane zelf te wijten is en de belastingplichtige te goeder trouw is en de vergissing niet redelijkerwijs kon ontdekken. De rechtbank oordeelde dat eiseres, via haar ingeschakelde agent, de vergissing redelijkerwijs had kunnen ontdekken.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat eiseres niet kon aantonen dat zij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op het niet opleggen van een utb na de verificatie. De late aankomst van het schip, waardoor het certificaat niet meer geldig was, kwam voor risico van eiseres. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de navordering van douanerechten wordt ongegrond verklaard.