ECLI:NL:RBHAA:2011:BS8747
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor onjuiste IB-aangiften, veroordeling voor onjuiste Vpb- en OB-aangiften met feitelijk leiding geven
De rechtbank Haarlem behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk doen van onjuiste belastingaangiften voor de inkomstenbelasting (IB), vennootschapsbelasting (Vpb) en omzetbelasting (OB) over de jaren 2002 tot en met 2006. Na onderzoek sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde onjuiste IB-aangiften omdat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte inkomsten uit aanmerkelijk belang had genoten.
Voor de feiten omtrent onjuiste aangiften vennootschapsbelasting en omzetbelasting werd verdachte wel veroordeeld. De rechtbank stelde vast dat verdachte als directeur feitelijk leiding gaf aan het doen van onjuiste aangiften door de fiscale eenheid, waarbij substantiële bedragen niet in de administratie waren verwerkt en niet waren aangegeven. De verdediging voerde een pleitbaar standpunt aan dat bepaalde bedragen als waarborgsommen moesten worden beschouwd, maar dit werd verworpen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat te weinig belasting werd geheven en dat hij onvoldoende toezicht hield op de administratie. De opgelegde straf bestond uit een geldboete van € 200.000 en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar. Verdachte werd vrijgesproken van de overige ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van onjuiste IB-aangiften en veroordeeld tot een geldboete van € 200.000 en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden voor onjuiste Vpb- en OB-aangiften met feitelijk leiding geven.