ECLI:NL:RBHAA:2011:BR6784
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A.J. Kroon
- P.J.J. Vonk
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Pensioenvoorziening partnerpensioen na overlijden echtgenote en berekening AOW-franchise
De zaak betreft een geschil tussen een besloten vennootschap en de Belastingdienst over de fiscale behandeling van een pensioenvoorziening voor partnerpensioen na het overlijden van de echtgenote van de directeur-grootaandeelhouder in 2006.
De rechtbank stelt vast dat de pensioenregeling ultimo 2006 geen verplichting tot partnerpensioen meer omvat omdat er geen partner meer is. Goed koopmansgebruik vereist dat het gedeelte van de pensioenvoorziening dat betrekking heeft op het opgebouwde partnerpensioen ten gunste van het resultaat vrijvalt. De stelling van eiseres dat de pensioenvoorziening als bevroren op de balans mag blijven, wordt verworpen.
Daarnaast is in geschil of de pensioengrondslag moet worden berekend met de AOW-franchise van 2003 of 2006. De rechtbank volgt de Belastingdienst en bepaalt dat de pensioengrondslag per dienstjaar moet worden vastgesteld op basis van het salaris en de AOW-franchise van dat jaar.
De rechtbank verklaart het beroep deels gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de beschikking vaststelling verlies, stelt het verrekenbaar verlies vast op €136.783 en veroordeelt de Belastingdienst in de proceskosten van €874 en het griffierecht van €297.
Tenslotte wordt opgemerkt dat indien de directeur-grootaandeelhouder voor de pensioendatum alsnog een partner krijgt, het partnerpensioen alsnog kan worden opgebouwd met fiscale gevolgen.
Uitkomst: Het partnerpensioen dient ultimo 2006 ten gunste van het resultaat vrij te vallen en de pensioengrondslag moet worden berekend met de AOW-franchise van 2006.