ECLI:NL:RBHAA:2011:BR6716
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. Vonk
- J.W. baron van Knobelsdorff
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op afwaardering lening aan failliete vennootschap in inkomstenbelasting
Eiser, directeur en enig aandeelhouder van een vennootschap die failliet is verklaard, stelde dat hij zijn belastbaar inkomen moest kunnen verminderen door afwaardering van een lening aan die vennootschap. Hij baseerde dit op artikel 3.95 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de regels van goed koopmansgebruik.
Verweerder voerde aan dat geen sprake was van een terbeschikkingstelling en dat de lening niet zakelijk was aangegaan. Daarnaast stelde hij dat afboeking uiterlijk in 2004 had moeten plaatsvinden. Eiser bracht een bankafschrift in waaruit bleek dat hij in 2000 een bedrag van ƒ 650.000 aan de vennootschap had verstrekt.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat er direct voorafgaand aan het faillissement nog een vordering bestond, mede omdat hij de vordering niet ter verificatie bij de curator had ingediend en deze niet in het faillissementsverslag was vermeld. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde eveneens. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en wees het beroep af. Het vonnis werd op 15 februari 2011 door drie rechters uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser op afwaardering van de lening aan de failliete vennootschap wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt gehandhaafd.