ECLI:NL:RBHAA:2011:BR6492
Rechtbank Haarlem
- Wraking
- J.M. Janse van Mantgem
- H.M. van Dam
- M. Flipse
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kinderrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft de wraking van de kinderrechter gevraagd nadat diens beslissing om getuigenverzoeken af te wijzen werd herhaald. De rechtbank oordeelt dat het wrakingsverzoek voor de eerste drie getuigen niet tijdig is ingediend, omdat de feiten en omstandigheden reeds bij een eerdere zitting bekend waren. Voor het vierde getuigenverzoek was het wrakingsverzoek wel tijdig.
De rechtbank benadrukt dat een procesbeslissing, ook als deze in het nadeel van de verzoeker uitvalt, in de regel geen grond vormt voor een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Alleen als een beslissing zo onbegrijpelijk is dat vooringenomenheid de enige redelijke verklaring is, kan wraking worden toegewezen.
De afwijzing van het verzoek om getuige E te horen wordt gezien als een normale procesbeslissing, waarbij de rechter geen oordeel gaf over de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring of de schuldvraag. De rechtbank concludeert dat er geen feiten of omstandigheden zijn die de rechterlijke onpartijdigheid schaden.
Daarom verklaart de rechtbank het wrakingsverzoek voor een deel niet-ontvankelijk en wijst het verzoek voor het overige af. Het proces wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen.