ECLI:NL:RBHAA:2011:BR6463
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. Vonk
- J.W. baron van Knobelsdorff
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Schending hoorplicht bij bezwaar tegen aanslag inkomstenbelasting 2004
Eiseres maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2004 die door verweerder was opgelegd en gedeeltelijk verminderd. Verweerder had echter geen hoorgesprek gehouden met eiseres, hoewel haar gemachtigde aanvankelijk had aangegeven af te zien van het recht om gehoord te worden. De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte de hoorplicht heeft geschonden door de gemachtigde te verbinden aan de aanwezigheid van eiseres en haar echtgenoot bij het hoorgesprek.
De rechtbank stelt vast dat het bestuursorgaan niet zonder meer mag afzien van het horen van de belanghebbende op basis van een verklaring van diens gemachtigde die afhankelijk werd gesteld van aanwezigheid van de belanghebbende zelf. Ook de stelling van verweerder dat de gemachtigde had medegedeeld niet in beroep te zullen gaan, kan de schending van de hoorplicht niet rechtvaardigen.
De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak van verweerder en wijst de zaak terug om alsnog een hoorgesprek te voeren en daarna een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen. Tevens wordt verweerder gelast het betaalde griffierecht te vergoeden. De procedure omvatte uitgebreide feiten over de maatschap, de oprichting van een B.V. en fiscale waarderingen, maar het geschil spitste zich toe op de procesrechtelijke vraag van de hoorplicht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak van verweerder wegens schending van de hoorplicht en wijst de zaak terug voor opnieuw horen en beslissing op bezwaar.