ECLI:NL:RBHAA:2011:BR6254
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onzuiverheid pensioenregeling door salarisverhoging binnen vijf jaar voor pensioeningangsdatum
Eiser, aandeelhouder en werknemer van een vennootschap, betwist de belastingheffing over zijn pensioenaanspraken in 2002 en 2004, alsmede de navordering van loonheffing en revisierente door verweerder. Centrale vraag is of de pensioenregeling onzuiver is geworden door een salarisverhoging binnen vijf jaar voorafgaand aan de pensioeningangsdatum.
De rechtbank stelt vast dat de salarisverhoging in 2002 met terugwerkende kracht is overeengekomen en meegenomen in de pensioenopbouw, waardoor de regeling onzuiver is geworden. De pensioenregeling is pas in april 2003 formeel gewijzigd, zodat de uitgestelde pensioeningangsdatum in 2002 nog niet van toepassing was. Hierdoor is de pensioenopbouw in strijd met de toen geldende wettelijke normen.
Verweerder heeft terecht de pensioenaanspraak in de heffing betrokken en de loonheffing nagevorderd. De revisierente is echter onterecht in rekening gebracht omdat het overgangsrecht van artikel 38b Wet LB niet voorziet in revisierenteheffing over pensioenaanspraken belast volgens artikel 11c Wet LB. De rechtbank verklaart het beroep tegen de revisierente gegrond en de overige beroepen ongegrond.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht aan eiser wordt vergoed. Het vonnis is gewezen door drie rechters en op 12 augustus 2011 uitgesproken.
Uitkomst: De pensioenregeling is onzuiver door salarisverhoging binnen vijf jaar voor pensioeningangsdatum; revisierente wordt vernietigd, overige beroepen ongegrond.