Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBHAA:2011:BR6122

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
2 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
176301 - FA RK 10-4127
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:266 BWArt. 1:268 BWArt. 1:269 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontheffing vader van gezag over minderjarige wegens ongeschiktheid

De rechtbank Haarlem behandelde een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ontzetting en ontheffing van het gezag van de vader over zijn minderjarige dochter. De vader was in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf voor ernstige misdrijven jegens zijn dochter, maar had tegen dit arrest cassatie ingesteld. Omdat de veroordeling niet onherroepelijk was, oordeelde de rechtbank dat de wettelijke gronden voor ontzetting niet waren vervuld.

Gezien de leeftijd van de minderjarige die binnenkort meerderjarig wordt, achtte de rechtbank het belang van de minderjarige en belanghebbenden bij een snelle beslissing groter dan het afwachten van de cassatieprocedure. De rechtbank concludeerde op basis van de stukken en het verhandelde dat de vader ongeschikt was zijn opvoedingsplicht te vervullen en dat het belang van de minderjarige zich niet verzette tegen ontheffing.

De rechtbank wees het verzoek tot ontzetting af, maar kende het subsidiaire verzoek tot ontheffing van het gezag toe. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de mogelijkheid tot hoger beroep werd geboden.

Uitkomst: De vader wordt ontheven van het gezag over zijn minderjarige dochter wegens ongeschiktheid.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector civiel
familie- en jeugdrecht
ontzetting/ontheffing
zaak-/rekestnr.: 176301 / FA RK 10-4127
beschikking van de meervoudige kamer voor familiezaken van 2 augustus 2011
in de zaak van:
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, vestiging Haarlem,
verzoekende partij,
hierna mede te noemen: de Raad,
tegen
[naam vader],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende te [plaats], P.I. [naam],
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. C.J. Avis, kantoorhoudende te Haarlem.
1 Procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de beschikking van deze rechtbank van 24 mei 2011.
2 Verdere beoordeling
2.1 Bij beschikking van 24 mei 2011 heeft de rechtbank iedere verdere beslissing aangehouden tot 19 juli 2011 in afwachting van het arrest van het gerechtshof Amsterdam en de beslissing van de vader en het Parket van de Procureur-Generaal aldaar om van het arrest al dan niet in cassatie te gaan.
2.2 Ambtshalve is de rechtbank bekend geworden met het feit dat de vader ook in hoger beroep is veroordeeld door het gerechtshof in Amsterdam tot veertien jaar gevangenisstraf voor poging tot moord en met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd. Het slachtoffer in deze strafzaak is zijn dochter [naam minderjarige]. De vader heeft tegen dit arrest beroep in cassatie ingesteld.
ontzetting
2.3 Op grond van artikel 1:269 BW Pro, kan de rechtbank, indien zij dit in het belang van de kinderen noodzakelijk oordeelt een ouder van het gezag over één of meer van zijn kinderen ontzetten (onder meer) op grond van:
a. misbruik van het gezag, of grove verwaarlozing van de verzorging of opvoeding van één of meer kinderen;
b. slecht levensgedrag;
c. onherroepelijke veroordeling:
1* wegens opzettelijke deelneming aan enig misdrijf met een onder zijn gezag staande minderjarige;
2* wegens het plegen tegen de minderjarige van één van de misdrijven, omschreven in de titels XIII-XV en XVII-XX van het tweede boek van het Wetboek van Strafrecht;
3* tot een vrijheidsstraf van twee jaar of langer.
2.4 De rechtbank is van oordeel dat thans aan de in de wet genoemde gronden die kunnen leiden tot ontzetting niet is voldaan. De vader ontkent de in de strafprocedure door de rechtbank en het hof vastgestelde feiten en heeft tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld. Nu de vader niet onherroepelijk is veroordeeld, kan ook niet zonder meer worden aangenomen dat er sprake is van misbruik van het gezag, grove verwaarlozing van de verzorging of opvoeding van de minderjarige dan wel slecht levensgedrag.
2.5 Aangezien [naam minderjarige] op [datum] 2012 de achttienjarige leeftijd bereikt, acht de rechtbank het in haar belang dat thans door middel van een gezagsontnemende maatregel een signaal aan de minderjarige en de belanghebbenden wordt gegeven dat haar vader niets meer over haar te zeggen heeft. Gelet op de leeftijd van [naam minderjarige] kan de cassatieprocedure van de vader niet worden afgewacht en is zij het meest gebaat bij een beslissing in de onderhavige procedure.
Ontheffing
2.6 Art. 1:266 BW Pro bepaalt dat de rechtbank een ouder van het gezag over een of meer van zijn kinderen kan ontheffen op de grond dat hij ongeschikt of onmachtig is zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen, mits het belang van de kinderen zich daartegen niet verzet.
2.7 Art. 1:268 BW Pro schrijft vervolgens in het eerste lid voor dat ontheffing niet kan worden uitgesproken indien de ouder zich daartegen verzet. In het tweede lid van dat artikel worden de uitzonderingen op die regel opgesomd.
2.8 De vader heeft zich gerefereerd aan het subsidiaire verzoek tot ontheffing van het gezag. De moeder heeft op de zitting ingestemd met het verzochte. De minderjarige is in de gelegenheid gesteld in raadkamer te worden gehoord, maar heeft daar geen gebruik van gemaakt.
2.9 De rechtbank is van oordeel dat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is komen vast te staan dat de vader ongeschikt is zijn plicht tot verzorging en opvoeding van de minderjarige te vervullen en dat het belang van de minderjarige zich niet verzet tegen de verzochte ontheffing van het gezag. De rechtbank zal het subsidiaire verzoek tot ontheffing van de vader van het gezag toewijzen.
3 Beslissing
De rechtbank:
3.1 Ontheft:
- [naam vader],
wonende te [plaats],
verblijvende te [plaats], P.I. [naam],
van het gezag over de minderjarige [naam],
- [naam minderjarige], geboren op [datum] 1994 in [plaats]
3.2 Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
3.3 Wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Ayal, mr. W.J. van Andel en mr. R.A. Otter, allen tevens kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Lurvink-Betlem, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 augustus 2011.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en de verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dien het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of adat deze hun op andere wijze bekend is geworden.