ECLI:NL:RBHAA:2011:BR4079
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wegens verkeerde eisende partij in handelsgeschil mediterrane food-producten
In deze zaak vordert Enrico Amsterdam dat gedaagden zich onthouden van handelsactiviteiten in mediterrane food-producten en het gebruik van de naam 'Querino'. De dagvaarding is echter uitgebracht door Enrico Gaanderen, een andere vennootschap met dezelfde naam, die geen betrokkenheid heeft bij het geschil. Gedaagden voeren aan dat zij geen relatie hebben met Enrico Gaanderen en weigeren de vordering te erkennen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat Enrico Amsterdam niet namens Enrico Gaanderen kan procederen, omdat geen opdracht of machtiging is gegeven. Hierdoor wordt Enrico Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. Het beroep op artikel 66 lid 1 en Pro artikel 122 Rv Pro faalt omdat de vergissing niet leidt tot inhoudelijke behandeling zonder juiste eisende partij.
Verder wordt Enrico Amsterdam veroordeeld in de proceskosten. Gedaagden hebben een kostenvergoeding gevorderd op grond van artikel 1019h Rv, waarbij de helft van de advocaatkosten wordt toegewezen omdat slechts een deel van het geschil onder artikel 1019 Rv Pro valt. Daarnaast wordt het griffierecht van EUR 560,-- aan gedaagden toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Enrico Amsterdam wordt niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld in de proceskosten.