ECLI:NL:RBHAA:2011:BR4053
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- C.J. Baas
- Rechtspraak.nl
Verbod op concurrerende werkzaamheden na gedeeltelijke schorsing concurrentiebeding
De werknemer trad in maart 2009 in dienst bij BVCM B.V. als accountmanager in Noord-Holland. Na omzetting van zijn contract naar onbepaalde tijd werd een concurrentiebeding opgenomen dat hem verbood om gedurende 12 maanden na beëindiging van het dienstverband in het werkgebied van BVCM concurrerende werkzaamheden te verrichten. Dit beding werd in een eerdere procedure gedeeltelijk geschorst, waarbij het geografisch bereik buiten Noord-Holland werd opgeheven.
Na opzegging door de werknemer en diens indiensttreding bij GGN, een concurrerend bedrijf, stelde BVCM vast dat de werknemer toch werkzaamheden verrichtte binnen Noord-Holland, wat volgens BVCM een schending van het concurrentiebeding is. BVCM vorderde in kort geding een verbod op concurrerende werkzaamheden en betaling van voorschotten op contractuele boetes.
De kantonrechter oordeelde dat het concurrentiebeding na gedeeltelijke schorsing nog steeds van toepassing is binnen Noord-Holland en dat de werknemer daar inderdaad werkzaam was, onder meer door deelname aan werkoverleggen in Amsterdam. Het verbod op concurrerende werkzaamheden werd daarom toegewezen met een gematigde dwangsom. De vordering tot betaling van boetes werd afgewezen omdat het boetebeding nietig is wegens strijd met het dwingendrechtelijke artikel 6:94 lid 3 BW Pro, dat matiging uitsluit.
De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verbod op concurrerende werkzaamheden binnen Noord-Holland met gematigde dwangsom, afwijzing boetebetaling wegens nietig boetebeding.