ECLI:NL:RBHAA:2011:BR3319
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van afwaardering oninbare ondernemingsvordering en niet-ontvankelijkheid bezwaar inkomstenbelasting
Eiseres, ondernemer, had een bedrag van €589.914 doorgeleend aan een BV waarin zij en haar echtgenoot aandelen bezaten. Dit bedrag was afkomstig uit de verkoop van een huurrecht en opgenomen in een herinvesteringsreserve. Eiseres wilde dit bedrag afwaarderen als oninbare ondernemingsvordering in haar fiscale aangifte 2004. Verweerder weigerde deze afwaardering omdat sprake was van een onzakelijke lening en onvoldoende bewijs van oninbaarheid.
De rechtbank oordeelde dat de lening onzakelijk was, omdat geen zekerheid was verstrekt, geen rente werd betaald, geen aflossingen plaatsvonden en het vermogen van de BV negatief was. Tevens was niet aannemelijk gemaakt dat de vordering in 2004 oninbaar was. Daarom kon de afwaardering niet ten laste van het fiscale resultaat komen.
Daarnaast werd het bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2005 niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Verweerder had voldoende aannemelijk gemaakt dat het aanslagbiljet tijdig was verzonden, terwijl eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij het niet had ontvangen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en oordeelt dat de afwaardering van de lening niet ten laste van het fiscale resultaat kan komen en dat het bezwaar over 2005 niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding.