ECLI:NL:RBHAA:2011:BR3311
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J.J. Engel
- P.J.J. Vonk
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale eenheid en vrijheid van vestiging onder het EG-Verdrag
Eiseressen, bestaande uit een Duitse moedervennootschap en haar Nederlandse dochter- en kleindochtermaatschappijen, verzochten om erkenning van een fiscale eenheid voor vennootschapsbelasting. Verweerder wees dit verzoek af omdat de Nederlandse wetgeving het niet toestaat een fiscale eenheid te vormen zonder opname van tussenliggende vennootschappen, en omdat moedervennootschappen buiten Nederland niet zonder meer kunnen worden opgenomen.
Eiseressen stelden dat deze weigering in strijd was met de artikelen 43 en 48 van het EG-Verdrag, die de vrijheid van vestiging waarborgen. De rechtbank onderzocht of de Nederlandse regeling discriminerend of belemmerend was en of deze proportioneel en gerechtvaardigd was.
De rechtbank concludeerde dat de Nederlandse regeling objectief gerechtvaardigd is en geen ongelijke behandeling van vergelijkbare gevallen inhoudt. De regeling is gericht op het waarborgen van een samenhangende belastingheffing binnen de fiscale eenheid en sluit aan bij vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wees ook op het feit dat de Nederlandse wetgeving binnenlandse en buitenlandse moedervennootschappen verschillend behandelt vanwege de noodzaak van belastingplicht in Nederland en de aanwezigheid van een vaste inrichting. Tot slot werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseressen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om fiscale eenheid wordt afgewezen.