ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1331

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
11 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
505256 BZ VERZ 11-1685
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • E.P. Stolp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:55 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming kantonrechter voor uiterste wilsbeschikking onder curatele gestelde persoon

Betrokkene is sinds 1979 onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis. Na het ontslag van de eerste curator is een opvolgend curator benoemd. Betrokkene heeft een verzoek ingediend om toestemming te krijgen voor het maken van een uiterste wilsbeschikking waarin zij haar spaargeld na overlijden nalaat aan haar curator, omdat deze meer voor haar doet dan een goed curator betaamt.

De kantonrechter heeft betrokkene ter zitting gehoord en vastgesteld dat haar geestelijke stoornis haar niet verhindert de gevolgen van het testament te overzien. Op grond van artikel 4:55 lid 2 BW Pro verleent de kantonrechter toestemming om via een notaris een uiterste wilsbeschikking op te maken.

Daarnaast is bepaald dat betrokkene een concept van de uiterste wilsbeschikking voorafgaand aan ondertekening aan de kantonrechter moet sturen voor definitieve toestemming. De beschikking is in het openbaar uitgesproken en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: Toestemming verleend aan onder curatele gestelde om uiterste wilsbeschikking te maken waarbij spaargeld na overlijden aan curator wordt nagelaten.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector kanton
Locatie Haarlem
Zaaknummer: 505256 BZ VERZ 11-1685
datum uitspraak: 11 mei 2011
BESCHIKKING VAN DE KANTONRECHTER
Naar aanleiding van het verzoek van:
[A.]
wonende te [adres]
geboren te [geboorteplaats en geboortedatum]
hierna te noemen: betrokkene.
De procedure
Betrokkene is bij beschikking d.d. 6 juli 1979 van de Rechtbank te Haarlem onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis, met benoeming van [X.] tot curator. Laatstgenoemde is bij beschikking d.d. 11 november van de Arrondissements- rechtbank te Haarlem ontslagen, met benoeming van [Y.], voornoemd, tot opvolgend curator.
Op 21 februari 2011 is een verzoek met bijlage ontvangen. In de handgeschreven bijlage geeft betrokkene aan dat zij haar spaargeld, na haar overlijden, wil nalaten aan haar curator, nu deze laatste –naar de mening van betrokkene- meer voor haar doet dan een goed curator betaamt. Nu betrokkene ten gevolge van haar ondercuratelestelling handelingsonbekwaam is, wordt de kantonrechter verzocht om een beslissing te nemen, op grond waarvan de wens van betrokkene op een juridisch juiste wijze kan worden gehonoreerd.
Het verzoek is ter zitting van 27 april 2011 behandeld.
Verschenen zijn:
- betrokkene;
- curator.
De griffier heeft van het verhandelde ter zitting aantekeningen gemaakt.
De beoordeling
Artikel 4:55 lid 2 BW Pro biedt de kantonrechter de mogelijkheid om betrokkene toestemming te geven om een uiterste wilsbeschikking te maken, waarin zij haar bovenomschreven wens met betrekking tot haar spaargelden en ten gunste van haar curator, neer kan leggen. De kantonrechter heeft betrokkene ter zitting gehoord en daarbij geconstateerd dat haar geestelijke stoornis haar niet verhindert om de gevolgen van het testeren in de hierboven weergegeven zin, voldoende te overzien.
Beslissing
De kantonrechter:
- geeft [A.], voornoemd, op grond van artikel 4:55 lid 2 toestemming Pro om -door tussenkomst van een notaris- een uiterste wilsbeschikking te maken, waarin zij bepaalt dat zij haar spaargeld, na haar overlijden, nalaat aan haar curator [Y.], voornoemd;
- bepaalt dat betrokkene een concept van die -door een notaris opgemaakte- uiterste wilsbeschikking, voorafgaand aan de ondertekening, aan de kantonrechter dient te sturen, teneinde deze in staat te stellen een beslissing te nemen over het al dan niet verlenen van een definitieve toestemming.
Deze beschikking is gegeven en ondertekend door mr. E.P. Stolp, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in tegenwoordigheid van de griffier.
U kunt binnen drie maanden na de hiervoor vermelde uitspraakdatum tegen deze beslissing in hoger beroep gaan bij het Gerechtshof te Amsterdam. Het beroep moet namens u worden ingesteld door een advocaat.