ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1330
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering en boete wegens kwade trouw bij te lage winstaangifte 2004
Eiser had in 2004 samen met een collega een administratiekantoor en gaf in zijn aangifte IB/PVV een te lage winst aan. Verweerder legde navorderingsaanslagen en boetes op wegens onjuiste aangifte.
De rechtbank stelt vast dat eiser wist dat de aangifte onjuist was en deze niet heeft hersteld, ondanks toezeggingen en verzoeken van de Belastingdienst. Dit wijst op kwade trouw. Eiser voerde emotionele druk aan, maar dit werd niet aannemelijk geacht als reden voor het niet corrigeren.
De rechtbank oordeelt dat de navorderingsaanslagen terecht zijn opgelegd. De boetes worden verminderd tot 25% van het navorderingsbedrag, met een verdere vermindering van 20% wegens overschrijding van de redelijke termijn voor de IB/PVV-boete. De boete voor de ZFW blijft ongewijzigd.
De beroepen tegen de heffingsrente worden ongegrond verklaard. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan op 7 april 2011 door de Rechtbank Haarlem, sector bestuursrecht.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen terecht opgelegd wegens kwade trouw, boetes verminderd en proceskosten toegewezen.