ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ9572
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag na langdurige ziekte
De werkneemster was sinds 1975 in dienst bij de werkgever en werd in 2005 arbeidsongeschikt door kanker. Na ruim twee jaar ziekte verleende het UWV in april 2009 ontslagvergunning, waarna de arbeidsovereenkomst per 1 juni 2009 werd beëindigd. De werkneemster stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege haar lange dienstverband, leeftijd, geringe kansen op de arbeidsmarkt en het ontbreken van een financiële compensatie. Tevens stelde zij dat de werkgever onvoldoende belangstelling had getoond tijdens haar ziekte en onvoldoende had bijgedragen aan re-integratie.
De werkgever betwistte deze stellingen en voerde aan dat zij zich als goed werkgever had gedragen, dat de bedrijfsarts maandelijks contact had gehouden en dat de werkgever pas na ruim anderhalf jaar na het verstrijken van de twee ziektejaren ontslagvergunning had aangevraagd. De kantonrechter oordeelde dat het ontbreken van een financiële voorziening op zichzelf niet leidt tot kennelijke onredelijkheid en dat het gebrek aan persoonlijke aandacht niet voldoende is om het ontslag onredelijk te achten. Ook was de ziekte niet arbeidsgerelateerd en had de werkgever voldoende tijd gelaten voor herstel en re-integratie.
Gelet op de omstandigheden was het ontslag niet kennelijk onredelijk en werd de vordering afgewezen. Wel werden de proceskosten gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen, met compensatie van proceskosten.