ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ9131
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.C. Hofman
- K.I. de Jong
- W.S.J. Thijs
- Rechtspraak.nl
Berekening agrarische waarde vennootschapsvermogen en legitimaire massa in erfrechtelijke nalatenschapsverdeling
In deze civiele procedure draait het geschil om de waardering van het vennootschapsvermogen dat door de erflater aan twee zoons is gelegateerd en de berekening van de legitimaire massa in het kader van erfrecht.
De rechtbank heeft een deskundigenbericht laten opstellen waarin de agrarische waarde van het vennootschapsvermogen, inclusief onroerende zaken, machines en voorraden, is vastgesteld. Deze waarde bleek aanzienlijk lager dan de waarde waarvoor het vermogen in het testament was gelegateerd. Eisers stelden dat het verschil een gift betrof die bij de berekening van de legitimaire massa moest worden betrokken, maar de rechtbank verwierp dit standpunt.
Daarnaast is vastgesteld dat de stolpboerderijen als bedrijfswoningen agrarisch moeten worden gewaardeerd en niet naar vrije economische waarde. De pachtvorderingen uit 2004 zijn onderwerp van discussie; gedaagden mogen bewijs leveren dat deze zijn verjaard of dat verrekening met werkzaamheden heeft plaatsgevonden.
De rechtbank bepaalde dat de legaten voor de door de erflater voorgestane waarden in de berekening van de legitimaire massa worden betrokken, met een meerwaardeclausule die inhoudt dat eventuele meerwaarde bij verkoop binnen tien jaar met de overige legitimarissen gedeeld moet worden. Het vonnis houdt verdere bewijslevering aan voor de pachtvorderingen.
Uitkomst: Vennootschapsvermogen wordt gewaardeerd op de door erflater voorgestane waarde met meerwaardeclausule; bewijslevering over pachtvorderingen wordt toegelaten.