ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ6298
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering wegens expeditieovereenkomst met toepassing van Nederlands recht ondanks Amerikaanse sancties
TWS Transit World Service B.V. vordert betaling van EUR 19.084,- van Vinmar Chemicals and Polymers B.V. wegens niet-nakoming van een expeditieovereenkomst. De overeenkomst betreft het vervoer van goederen per schip van Antwerpen naar Oran, waarbij een Iranese rederij (IRISL) werd ingeschakeld. Vinmar Hoofddorp voert verweer op grond van Amerikaanse embargoregels die betalingen aan Iranese entiteiten verbieden.
De rechtbank stelt vast dat de overeenkomst formeel tussen TWS Deutschland GmbH (dochter van TWS Transit) en Vinmar Hoofddorp is gesloten en dat de vordering rechtsgeldig is gecedeerd aan TWS Transit. De Nederlandse rechter is bevoegd en Nederlands recht is van toepassing, omdat de overeenkomst het nauwst verbonden is met Nederland gezien de vestiging van de opdrachtgever en moedermaatschappij.
Het verweer van Vinmar Hoofddorp dat zij niet hoefde te betalen vanwege de sancties wordt verworpen. De rechtbank oordeelt dat Vinmar Hoofddorp tijdig had moeten melden dat geen Iranese rederij mocht worden ingeschakeld, conform artikel 8:66 lid 1 BW Pro. Het feit dat IRISL werd gebruikt, is voor risico van Vinmar Hoofddorp. De vordering wordt toegewezen, met wettelijke rente en proceskosten, terwijl de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Vinmar Hoofddorp wordt veroordeeld tot betaling van EUR 19.084,- met rente en proceskosten.