ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ6292
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling derdenwerking exoneratiebeding tussen garagehouder en aannemer
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of het exoneratiebeding in de overeenkomst tussen Sakko B.V. en Gabo Nederland B.V. ook derdenwerking heeft jegens Wester, eigenaar van de grond en tanks waarop werkzaamheden werden verricht.
Wester stelde zich op het standpunt dat zij niet aan het exoneratiebeding gebonden was omdat zij geen partij was bij de overeenkomst en zich niet had bemoeid met de uitvoering van de werkzaamheden. De rechtbank oordeelde dat Gabo erop mocht vertrouwen dat het exoneratiebeding ook jegens Wester geldt, omdat Wester Sakko had gemachtigd om de opdracht te verstrekken en zij zich niet bemoeide met de uitvoering.
Verder stelde Wester dat het exoneratiebeding onredelijk bezwarend was, maar dit werd verworpen omdat artikel 6:237 BW Pro niet van toepassing was op Wester als zakelijke partij en onvoldoende feiten waren gesteld om het beding als onredelijk bezwarend te kwalificeren.
De rechtbank wees de vorderingen van Wester tegen Gabo af en veroordeelde Wester tot betaling van proceskosten en terugbetaling van een voorschot aan Gabo. Ook werden de vorderingen in de vrijwaringszaken afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Wester tegen Gabo af en veroordeelt Wester tot betaling van kosten en terugbetaling van een voorschot.